Naar inhoud springen

beeldspraak

Uit WikiWoordenboek
  • beeld·spraak
1 enkelvoud meervoud
naamwoord beeldspraak -
verkleinwoord - -
2 enkelvoud meervoud
naamwoord beeldspraak beeldspraken
verkleinwoord beeldspraakje beeldspraakjes

de beeldspraak v / m

  1. (taalkunde) het uiten van een gedachte of begrip met beelden
    • Leg uit wat er is en geef ons niet zo'n vage beeldspraak. 
    ▾ In Wij neemt beeldspraak rondom het kristal een belangrijke plaats in.[1]
    ▾ In de door ons gekozen beeldspraak waren zij en niet hun slachtoffers de beesten.[2]
    ▾ Een paar keer heb ik een beeldspraak of zinsflard overgenomen: onder andere van Jan Arends, Gerard Reve en Patrick SĂŒskind (in de vertaling van Ronald Jonkers).[3]
  2. een troop, een figuurlijke uitdrukking
    • In die tekst zaten allerlei soorten beeldspraken. 
    • De minister zei dat Nederland "overspoeld" wordt door vreemdelingen is een vorm van beeldspraak want alleen vloeistoffen kunnen spoelen en vreemdelingen zijn geen vloeistof. 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. ↑
    Hans Achterhuis
    “De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9026315244
  2. ↑
    J.M. Coetzee
    “Wereld en wandel van Elizabeth Costello” (2025), Uitgeverij Cossee op Wikipedia, ISBN 9789464522549
  3. ↑
    Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
  4. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be