Naar inhoud springen

handteken

Uit WikiWoordenboek
  • hand·te·ken

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord handteken handtekens
verkleinwoord handtekentje handtekentjes

het handteken o

  1. teken met de hand
vervoeging van
handtekenen

handteken

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van handtekenen
    • Ik handteken. 
  2. gebiedende wijs van handtekenen
    • Handteken! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van handtekenen
    • Handteken je? 
78 %van de Nederlanders;
82 %van de Vlamingen.[2]