Naar inhoud springen

hogerhand

Uit WikiWoordenboek
  • ho·ger·hand
enkelvoud meervoud
naamwoord hogerhand
verkleinwoord

de hogerhand v / m [1]

  1. door een hogere instantie, door een leidinggevende
    • Van hogerhand was bevel gegeven dat van nabij poolshoogte genomen moest worden van wat de moffen uitspookten. [2] 
  • Van hoger hand
van regeringswege, van overheidswege [3]
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. ↑
    Lemaitre, Pierre
    Tot ziens daarboven 2014 ISBN 9789401601931 pagina 13
  3. ↑ www.dbnl.org
  4. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be