onderhorig
Uiterlijk
- Geluid: onderhorig (hulp, bestand)
- IPA: / ˌɔndərˈhorəx / (4 lettergrepen)
- on·der·ho·rig
- afleiding van onderhoren met het achtervoegsel -ig [1]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | onderhorig | onderhoriger | onderhorigst |
| verbogen | onderhorige | onderhorigere | onderhorigste |
| partitief | onderhorigs | onderhorigers | - |
onderhorig [2]
- (juridisch) behorend tot het rechtsgebied van
- onderworpen zijn aan het gezag van iets of iemand, ondergeschikt
- ▸ Iemand die onderhorig is aan de koning van Marokko, iemand met de dubbele nationaliteit, hoort geen voorzitter te worden van de Tweede Kamer, aldus Wilders.[3]
- ▸ Alleen al aan de Nederland Avenue, die nog geen mijl lang is, staan acht protestantse kerken plus één die onderhorig is aan de paus. En dat zijn ze nog lang niet eens allemaal.[4]
2. onderworpen zijn aan het gezag van iets of iemand
- Het woord onderhorig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ onderhorig op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron “Wilders: zwarte dag voor nepparlement” (13 jan. 2016), De Telegraaf - ↑
Weblink bron Wim Kranendonk“In het Texaanse Nederland zitten de kerken nog elke zondag vol” (30-07-2018), Reformatorisch Dagblad
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ig in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Juridisch in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal