Naar inhoud springen

samenpakken

Uit WikiWoordenboek
  • sa·men·pak·ken

samenpakken

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
samenpakken
pakte samen
samengepakt
zwak -t volledig
  1. wederkerend zich samenpakken: met name van wolken, verzamelen, opeenstapelen
    ▾ Moest ik in dit open maanlandschap mijn tent opzetten of de veiligheid van de bomen opzoeken? Inmiddels vormden zich bij de bergpas donkere wolken die zich snel verder samenpakten.[1]
  • donkere wolken pakken zich samen boven
er dreigt onheil voor
  1. ↑
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia