Naar inhoud springen

waskleurig

Uit WikiWoordenboek
  • was·kleu·rig
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen waskleurigwaskleurigerwaskleurigst
verbogen waskleurigewaskleurigerewaskleurigste
partitief waskleurigswaskleurigers-

waskleurig [1]

  1. een lichte, bleke, gele kleur hebbend
    ▸ Hij zit de bas uit op het puntje van zijn stoel, de maten aftellend. Nu moet ze... Maar opnieuw betreedt het waskleurige meisje de lichtkring. Ze zingt even beroerd als ze eruitziet.[2]
  1. ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. ↑ Bronlink geraadpleegd op 6 april 2022 Weblink bron
    Sarah van der Maas
    “Vox Christi – kerstverhaal van een kinderstem in oorlogstijd” (25 december 2018), Reformatorisch Dagblad