zaal
Uiterlijk
- zaal
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zaal | zalen |
| verkleinwoord | zaaltje | zaaltjes |
- (bouwkunde) een grote ruimte in een gebouw
- De zaal werd geopend voor het publiek.Â
- âžÂ Onverstoorbaar nam hij een dienblad van de bar, waarna hij begon aan een rondgang door de zaal.[3]
- âžÂ Ze probeert zich een voorstelling te maken van de zaal van de zilversmeden, een vertrek vol waterig licht, borden als enorme munten, de gasten gereflecteerd in elk oppervlak.[4]
- het publiek in een grote ruimte
- De band kreeg de zaal helemaal plat.Â
- âžÂ De hele zaal stond op de banken tijdens zijn performance.[5]
 Â
 Â
|
|
- Het woord zaal staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zaal" herkend door:
| 99Â % | van de Nederlanders; |
| 100Â % | van de Vlamingen.[6] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- â "zaal" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- â zaal op website: Etymologiebank.nl
- â Ronald Giphart e.a.âEen familie en een Griekse godâ (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- â Jessie Burton vert. Mieke Trouw-LuyckxâHet huis aan de gouden bochtâ (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - â Tim VoorsâAlleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canadaâ, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- â
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 âWord Prevalence Valuesâ op ugent.be
zaal
zaal
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bouwkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %
- Woorden in het Nedersaksisch
- Zelfstandig naamwoord in het Nedersaksisch
- Bouwkunde in het Nedersaksisch
- Woorden in het Veluws
- Zelfstandig naamwoord in het Veluws
- Bouwkunde in het Veluws