ha
Uiterlijk
ha
- (wiskunde), (eenheid) het symbool voor hectare, gelijk aan 10.000 vierkante meter, gelijk aan één vierkante hectometer, gelijk aan honderd bij honderd meter
- (tijdrekening), (eenheid), (geologie) het symbool voor hectoannum, een periode van honderd jaar
| eenheden van oppervlakte |
|---|
| ymÂČ âą zmÂČ âą amÂČ âą fmÂČ âą pmÂČ âą nmÂČ âą ÎŒmÂČ âą mmÂČ âą cmÂČ âą dmÂČ âą mÂČ âą damÂČ âą hmÂČ âą kmÂČ âą MmÂČ âą GmÂČ âą TmÂČ âą PmÂČ âą EmÂČ âą ZmÂČ âą YmÂČ |
| ca âą a âą daa âą ha |
| eenheden van tijd |
|---|
| ys âą zs âą as âą fs âą ps âą ns âą ÎŒs âą ms âą cs âą ds âą s âą das âą hs âą ks âą Ms âą Gs âą Ts âą Ps âą Es âą Zs âą Ys |
| a âą ha âą ka âą Ma âą Ga |
- ha
- In de betekenis van âtussenwerpsel: uitroep van blijdschapâ voor het eerst aangetroffen in 1330 [1]
- van Middelnederlands, klanknabootsing van lachen [2]
ha
- drukt vreugde uit
- Frietjes? Ha, daar had ik net zin in!Â
- begroeting
- Ha, jongen, kom je weer eens langs?Â
- om spot te benadrukken
- Bang voor zo'n klein hondje. Ha, wat een held!Â
- Het woord ha staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ha" herkend door:
| 84Â % | van de Nederlanders; |
| 68Â % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- â "ha" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- â ha op website: Etymologiebank.nl
- â
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 âWord Prevalence Valuesâ op ugent.be
ha
| Naar frequentie | 685 |
|---|
ha
ha
- ha
- Afkomstig van het Oudnoorse woord hafa
| Naar frequentie | 52 |
|---|
ha
- ha
- «Ha-ha!»
- Haha!
- «Ha-ha!»
- si ja og ha
geen definitief antwoord geven
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | ha |
| tegenwoordige tijd | har |
| verleden tijd | hadde |
| voltooid deelwoord |
hatt |
| onvoltooid deelwoord |
haende |
| lijdende vorm | has |
| gebiedende wijs | ha |
| vervoegingsklasse | Klasse 4 zwak |
| opmerking | |
ha
- overgankelijk hebben
- «Jeg har to biler.»
- Ik heb twee auto's.
- «Jeg har to biler.»
- hulpwerkwoord hebben
- «Han hadde skrevet brevet.»
- Hij had de brief geschreven.
- «Han hadde skrevet brevet.»
- [1]:Â ha bruk for
benodigen
- [1]:Â Ha det bra!
Tot ziens!
- [1]: ha attende
- [1]: ha fram
- [1]: ha frem
- [1]: ha igjen
- [1]: ha imot
- [1]: ha med seg
- [1]: ha opp
- [1]: ha pÄ
- [1]: ha til
- [1]: ha tilbake
- [2]: ha seg
- ha
- Afkomstig van het Oudnoorse woord hafa
ha
- ha
- «Ha-ha!»
- Haha!
- «Ha-ha!»
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | ha have hava |
| tegenwoordige tijd | have |
| verleden tijd | har |
| voltooid deelwoord |
hadde hatt |
| onvoltooid deelwoord |
havande |
| lijdende vorm | havast |
| gebiedende wijs | ha |
| vervoegingsklasse | Klasse 4 zwak |
| opmerking | |
ha
- overgankelijk hebben
- hulpwerkwoord hebben
- «Han hadde skrive brevet.»
- Hij had de brief geschreven.
- «Han hadde skrive brevet.»
- [1]: ha attende
- [1]: ha fram
- [1]: ha igjen
- [1]: ha imot
- [1]: ha med seg
- [1]: ha opp
- [1]: ha pÄ
- [1]: ha til
- [1]: ha tilbake
- [2]: ha seg
| vervoeging van |
|---|
| haber |
ha
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van haber
- IPA: /ÉŠa/
- ha
ha
ha
- (dialect: West-Boheems) en
- ha
| Naar frequentie | 53 |
|---|
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
supinum |
| ha |
hade |
haft |
| volledig | ||
ha
Categorieën:
- Woorden in het universeel taalgebruik
- Symbool
- Wiskunde in het universeel taalgebruik
- Eenheid in het universeel taalgebruik
- Tijdrekening in het universeel taalgebruik
- Geologie in het universeel taalgebruik
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 2
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Klanknabootsing in het Nederlands
- Tussenwerpsel in het Nederlands
- Trefwoorden in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 84 %
- Prevalentie Vlaanderen 68 %
- Woorden in het Albanees
- Werkwoord in het Albanees
- Woorden in het Deens
- Woorden in het Deens van lengte 2
- Woorden in het Deens met audioweergave
- Woorden in het Deens met IPA-weergave
- Afkorting in het Deens
- Woorden in het Noors
- Woorden in het Noors van lengte 2
- Woorden in het Noors met audioweergave
- Woorden in het Noors met IPA-weergave
- Tussenwerpsel in het Noors
- Zwak werkwoord klasse 4 in het Noors
- Werkwoord in het Noors
- Overgankelijk werkwoord in het Noors
- Hulpwerkwoord in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Woorden in het Nynorsk van lengte 2
- Woorden in het Nynorsk met audioweergave
- Woorden in het Nynorsk met IPA-weergave
- Tussenwerpsel in het Nynorsk
- Zwak werkwoord klasse 4 in het Nynorsk
- Werkwoord in het Nynorsk
- Overgankelijk werkwoord in het Nynorsk
- Hulpwerkwoord in het Nynorsk
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 2
- Werkwoordsvorm in het Spaans
- Woorden in het Tsjechisch
- Woorden in het Tsjechisch met IPA-weergave
- Tussenwerpsel in het Tsjechisch
- Voegwoord in het Tsjechisch
- Woorden in het Zweeds
- Woorden in het Zweeds van lengte 2
- Woorden in het Zweeds met audioweergave
- Woorden in het Zweeds met IPA-weergave
- Werkwoord in het Zweeds