sigma
Uiterlijk
- sig·ma
- uit het Grieks [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sigma | sigma's |
| verkleinwoord |
- naam van de Griekse letter Σ
- (wiskunde) teken in een formule dat aangeeft dat het om een optelling gaat
- (statistiek) standaarddeviatie; standaardafwijking (vaak aangeduid met de kleine letter sigma)
- Het woord sigma staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "sigma" herkend door:
| 86 % | van de Nederlanders; |
| 89 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ sigma op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Wiskunde in het Nederlands
- Statistiek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 86 %
- Prevalentie Vlaanderen 89 %